Inhoudsopgave

Bank mocht kredietrelatie met ondernemer niet opzeggen

Een bank mag de kredietrelatie met een klant opzeggen, als wordt gehandeld in strijd met de bankvoorwaarden. Maar dan nog: opzegging moet ook redelijk en billijk zijn.

Een ondernemer heeft sinds 2006 een zakelijke financiering bij een bank. Hij is onder bijzonder beheer geplaatst. Als hij om een tijdelijke verhoging van de financiering vraagt, zegt de bank de kredietrelatie plotseling op: de bank heeft er geen vertrouwen meer in dat de geleende bedragen worden terugbetaald. De ondernemer vecht de opzegging aan bij de rechtbank Midden-Nederland.

Algemene voorwaarden

Volgens de bank stond de ondernemer eerst € 320.000 in het rood en 10 maanden later al € 612.000. Hij had gedurende enkele maanden te weinig saldo voor de aflossingen en rente. Op grond van de Algemene Voorwaarden Bedrijfsfinancieringen mag de bank de financiering dan met onmiddellijke ingang opeisen. Verder liet de ondernemer zakelijke betalingen lopen via zijn privérekening, wat in strijd is met de algemene voorwaarden.

Liquiditeitsprognose

Toch is de rechtbank kritisch. Zo heeft de bank de kredietrelatie opgezegd zonder een door haar gevraagde liquiditeitsprognose af te wachten. Daaruit bleek dat de ondernemer voldoende middelen zou hebben om een jaar door te komen. De ondernemer is na de opzegging ook niet failliet gegaan. Ongeveer acht maanden na de opzegging heeft hij zijn schuld aan de bank afgelost en ook daarna is hij doorgegaan met zijn bedrijf. Zo is niet voldaan aan de voorwaarden om de kredietrelatie te beëindigen. De bank mocht wél opzeggen nu de ondernemer elke maand rood stond en de rente en aflossing niet kon betalen, en omdat hij zijn privérekening zakelijk gebruikte.

Redelijkheid en billijkheid

Maar er is nog een toetsingsmaatstaf: de beëindiging van de kredietrelatie is niet rechtsgeldig als dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In de bankvoorwaarden staat dat dat de bank ‘naar beste vermogen’ met de belangen van de cliënt rekening zal houden. Dat laatste is hier niet gebeurd. De ondernemer was ruim 16 jaar lang klant en het grootste deel van het krediet heeft hij al afgelost. Op een gegeven moment was er geen betalingsachterstand meer. Dat hij zakelijke transacties deed met zijn privérekening – overigens gedurende slechts zes weken – leek in eerste instantie voor de bank geen probleem. Hij stond wel eens rood, maar voor korte termijn. De bank leed daardoor geen schade, omdat ze 14 procent rente in rekening gebracht.

Zorgplicht

Al met al heeft bank haar zorgplicht geschonden door de kredietrelatie op te zeggen zonder de liquiditeitsprognose in te zien. De ondernemer wilde die aanbieden, maar vroeg één dag uitstel. Daarop liet de bank direct weten dat er geen financiering meer kwam. Verder liep de bank geen risico met deze ondernemer, omdat de uitstaande schuld veel lager was dan de zekerheden die zij van de ondernemer had bedongen. Alles opgeteld: het opzeggen van de kredietrelatie was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarom moet de bank schadevergoeding aan de ondernemer betalen.

Schadevergoeding

De omvang van de schade die de ondernemer heeft geleden, moet worden bepaald door de werkelijke situatie te vergelijken met de situatie waarin de ondernemer zou hebben verkeerd als de bank de kredietrelatie niet had opgezegd (de hypothetische situatie). De bank moet hem renteschade (€ 94.306), afsluitkosten (€ 16.808) en notaris-, accountants- en taxatiekosten (€ 6.283) vergoeden.

ECLI:NL:RBMNE:2024:1851

Bron:Rechtbank Midden-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBMNE:2024:1851 | 02-04-2024
Facebook
Twitter
LinkedIn
Print

Meer weten?

Neem contact met ons op!

Mail

DELEN

Facebook
Pinterest
Twitter
LinkedIn